Een reinigingsmatrix helpt bepalen of een tank of oplegger gereinigd moet worden voordat een nieuw product geladen mag worden. Dit gebeurt op basis van welk product er eerder is vervoerd.
Open de reinigingsmatrix via: F11 → Reinigingsmatrices.
Periode: Geef aan vanaf welke datum de matrix actief moet zijn. Als er een nieuwe versie van de matrix komt, moet die opnieuw ingevoerd worden met de juiste ingangsdatum. De kopieer functie kan gebruikt kan worden voor zowel complete matrices als voor de periodes en voor zowel het te verladen als voorgaande product.
De rijen in de matrix zijn de producten die je wilt laden.
De kolommen zijn de producten die eerder geladen zijn.
De volgorde van rijen of kolommen kan aangepast worden door er één te selecteren en vervolgens [Ctrl + Pijl omhoog/omlaag] te gebruiken.
Het systeem kijkt eerst naar het product dat je wilt laden (de rij).
Als het matcht, kijkt het naar het vorige product (de kolom).
Als er geen match is, gaat het systeem door naar de volgende rij, enzovoort.
Als er nog steeds geen directe match is, maar er is een diagonaal resultaat ingevuld (dus: nieuw product = vorig product), dan wordt dat gebruikt. Dit betekent vaak dat er geen reiniging nodig is als het om hetzelfde product gaat.
Als er helemaal geen match is, maar er is een "in laatste instantie" ingesteld, dan wordt die gebruikt.
Het resultaat van een matrix hoeft niet altijd "ja" of "nee" te zijn. Het kan ook verwijzen naar een andere matrix. Dit is handig als met verschillende productgroepen gewerkt wordt.
Bijvoorbeeld: een klant levert aparte matrices aan voor suikers, oliën, enz. Dan kan er één hoofdmatrix gemaakt worden die afhankelijk van het product verwijst naar de juiste submatrix.
Hieronder staat een voorbeeld van hoe een matrix door een klant wordt aangeleverd:
Om de matrix te interpreteren, zoek eenvoudigweg het te laden product in de linkerkolom van de tabel en lees vervolgens de kolommen rechts van de tabel door totdat het vorige geladen product voor die specifieke tankwagen/-oplegger tevoorschijn komt. Dit geeft aan of reiniging nodig is. Voor elke andere voorgaande lading dan vermeld in de onderstaande matrix, is reiniging altijd vereist.
O = Niet reinigen
X = Reinigen
In Transpas:
Hierbij is, vanwege de uitzondering in groep "Glucose", de groep "Glucose/Fructose" als eerste geplaatst.
Verder zijn de groepen "Fructose" en "Glucose/Fructose" samengevoegd omdat deze hetzelfde resultaat hebben.
Voor de groepen met volgnr. 2, 5, 6, 7, 8 en 9 wordt niets als vorig product gespecificeerd. Dit wordt gedekt door het diagonale resultaat. De zin "Voor elke andere voorgaande lading dan vermeld in de onderstaande matrix, is reiniging altijd vereist" wordt gedekt door het resultaat van de laatste optie.
Vaste perspectief klant: kan worden gebruikt om de matrix toe te passen voor verschillende klanten die dezelfde matrix gebruiken, maar waarbij enkel productcodes bij één klant zijn gedefinieerd. Dit is alleen van toepassing wanneer de beschrijving van het entiteittype het woord "klant" bevat.
Laad- en losadressen: extra condities die kunnen worden gebruikt. Een klant beschouwt bijvoorbeeld een eerder product alleen als hetzelfde als het op zijn locatie is geladen.
Maximaal aantal herverladingen of dagen: Geef hier aan hoe vaak of hoe lang zonder reiniging mag worden herladen. Als deze grens overschreden wordt, komt er een waarschuwing tijdens het plannen.